donderdag 16 april 2009

Hoe zou het zijn met...

... onze Jimny – en neen, zijn naam is zó cool, dat we geen koosnaampje bedenken!



Zoals er aan vele tweedehands auto’s wel wat mankementjes zijn, heeft de onze er natuurlijk ook:
- de regentest heeft hij al doorstaan en na enkele nieuwe reparaties is hij weer iets meer waterdicht: het water stroomt al niet meer binnen bij de minste regen, het druppelt . Ook regent het enkel vooraan nog binnen en niet meer over de hele auto.
- het elektriciteitsprobleempje: de knopjes die elektrisch te bedienen zijn, zoals de mistlamp (niet echt nodig in Burundi), de achterruitverwarming (niet echt nodig in Burundi) en de 4 x 4 (wel hard nodig in Burundi als je off-road wil gaan – en natuurlijk willen wij dat, en neen, wij hebben geen koppelingssysteem hiervoor, maar een knopje…), marcheren niet…

Maar we zijn toch ooh zo blij met onze Jimny! Dit weekend heeft hij zijn laatste tests doorstaan: off-road gaan zonder 4 x 4 en maar twee keer moeten geduwd worden (zullen we maar zwijgen over de excellente chauffeur ;)!) en door een deels overstroomde Bujumbura rijden (jaja Jelle, je deed het ook goed hoor ). De kers op de kaars was een klein foutje van de eerstgenoemde excellente chauffeur, waardoor er een beetje een panne veroorzaakt was…

Zaterdag:
Sarah vertrekt mee in een colonne van vijf auto’s (mét 4 x 4) om een Burundese koningsheuvel te bezoeken. Zo kon de Jimny zijn heuvelwaardigheidstest ondergaan, vermits lang bergop rijden nog niet was getest. Er was verteld dat voor het koningsbezoek een 4 x 4 niet geheel nodig was, een hogere auto was voldoende.

Eerst moest er door de “travaux communautaires” geraakt worden, wat normaalgezien met een Burundese nummerplaat (BA 9518) niet gaat, maar vermits er in colonne gereden werd met meer belangrijke platen, vormde dit geen probleem.

Nadien waren het de bergen: eerst is het gedurende 35 km zeer hard stijgen tot Bugarama, waar nadien de weg opsplitst richting Gitega of Kayanza. Bugarama is trouwens ook de ‘grenspost’ die je niet meer kan passeren na 17h30 als je richting Bujumbura of richting binnenland wil. Na de splitsing gaat het eerder golvend omhoog en omlaag. De weg is geasfalteerd en van zeer goede kwaliteit. Je moet enkel weten dat er rond kilometer 19 en rond kilometer 24 een zware onaangekondigde, amper zichtbare wegverzakking is en dat je daar tegen 10 km/uur over moet, anders kan je auto naar het autokerkhof. Maar natuurlijk zijn we daar ondertussen al op voorbereid. De Jimny heeft de test omhoog trouwens zeer goed doorstaan.

Aangekomen in Muramvya (het grootste stadje op de weg richting Gitega), ging het off-road. Het had die ochtend geregend, maar geen probleem, er waren auto’s genoeg mee die de Jimny konden trekken indien nodig. Het was een lange weg, maar het ging heel goed. Eén keer maakte de chauffeur (jawel, ons Sarah ging off-road!) de fout van te veel gas te geven wanneer de auto de helling niet meer op geraakte wegens te glibberig, maar met een duwtje van enkele sterke mannen ging het weer vooruit.

Op de koningsheuvel stonden twee groepen tambourinairs klaar die de colonne verwelkomde. Het verhaal van de koning werd bondig verteld, bomen, geplant rond 1900, werden bezocht, evenals het traditionele huis (hutje) van de koning en een overdekte plaats met zeer mooi uitzicht. Er werd een maaltijd geserveerd en de tambourinairs zorgden voor de muziek. Ondertussen was het non-stop beginnen gieten en dus de wegen zo goed als onberijdbaar.

Bij vertrek werd de Jimny achter een pick-up geplaatst om te kunnen trekken indien nodig. Het begon trouwens al goed: er moest langs een valei gedraaid worden en toen de snuit naar de valei gericht stond met de Jimny op een halve meter van de valei en er achterwaarts een klein hellinkje moest opgereden worden, kwam er protest vanuit Jimny’s kant: het was te glibberig! Sarah’s hart klopte harder… Met heel het plaatselijke dorp als supporters en enkelen die duwden en wat leerkrachten van de KTA-school in Brugge als raadgevers, is de Jimny door de toch-wel-een-beetje-sublieme chauffeur gedraaid geraakt.

Nadien werd het ritje elke seconde prettiger! Glijden, glijden en nog eens glijden! En niet enkel onze Jimny, alle auto’s! Want die andere auto’s konden dan wel 4 x 4 hebben, de banden hadden geen grip meer door al de modder die er rond hing. En een pick-up voor u zo zien glijden is echt lachen, we hadden plezier!

Er waren trouwens geweldige supporters en raadgevers mee. Elk half uurtje werd er gestopt als er te stoppen viel en werd er raad gegeven aan de chauffeur van de Jimny over hoe er best over de wegen, bergop en bergaf, ge(r/gl)eden werd. Ook het applaus vanuit de pick-up vooraan, die de Jimny nooit uit het oog verloor, als het ergens even zeer spannend werd en de Jimny erdoor geraakte, werd sterk door onze Jimny geapprecieerd. Enkele spannende momenten:
- een dikke boom die plots over de weg kwam lopen: er waren in het wegdek richels door de waterstroom gevormd en vaak waren die richels niet te vermijden. Meestal kon de Jimny daar mooi uit(r/gl)ijden, maar op één moment liep het een beetje mis en bij elke mini-druk op het gaspedaal schoof de Jimny dichter en dichter met de zijkant naar de boom toe, tot de chauffeur deze kon aanraken. Al een geluk was er plots weer een fractie grip en is de Jimny er zachtjes uitge(r/gl)eden! Zuuuuuuchtttttttt
- een zeer glibberig heuveltje dat moest overwonnen worden: bij dit soort heuveltjes koos onze Jimny meestal een stukje gras om aan één kant toch een beetje grip te hebben. Maar dit heuveltje was anders dan de anderen: er was geen sprietje gras te bespeuren… Om omhoog te geraken, koos onze Jimny voor een zekere snelheid, anders zou hij er niet op geraken. Boven gekomen stond hij plots niet meer recht op de baan, maar naar de bergkant gericht. Met een beetje sturen en tegensturen is het allemaal goed gekomen!

Nu moet er toch even vermeld worden dat de Jimny gevuld was met énkel vrouwen en dat deze het er zonder trauma en zonder ge’aaah’-‘eeeh’-‘iiiiih’-‘oooh’-‘uuuh’ vanaf gebracht hebben: dank u vrouwen!

Zondag:
Het regent in Bujumbura. Niet ongewoon tijdens het regenseizoen, wel ongewoon dat het al twee dagen van ’s ochtends tot +/- 15h à 16h non-stop regent. Normaalgezien regent het rond 16h à 17h voor eventjes met eventueel een herhaling later op de avond. Het is nadien trouwens direct terug droog, een half uur na een hevige regenbui ’s avonds kan er alweer op een droog terrein getennist worden. En net nu is er bezoek vanuit Rwanda, dat voornamelijk gekomen is voor het strandwandelen en al wat erbij hoort. Om toch te laten zien dat er echt wel een strand is in Bujumbura, werd er naar het strand gereden. Niet zo gemakkelijk: het goot en wat niet in rekening was gebracht, was dat de helft van de stad overstroomd zou zijn. Maar gelukkig leidt er niet één weg, maar meerdere naar het strand! Als de auto’s voor ons vast kwamen te zitten of als er obstakels (omgevallen bomen, …) over de weg lagen, werd er rechtsomkeer gegaan of werd er over de verkeerde kant van de baan of het minder overstroomde voetpad gereden. Wat niet wil zeggen dat er niet op plaatsen is gereden met het water dat tot over de motorkap kwam! Maar ook bij regen was het gezellig om in het overdekte salon op het strand te zitten (filmpje). Een half uurtje nadat het gestopt was met regenen, waren de straten trouwens weer helemaal watervrij!

s’ Avonds was er wel paniek: ook meer dan excellente chauffeurs maken al wel eens een foutje… Terwijl het in de Corsa in België van ‘tuuuuuuut’ gaat als de auto verlaten wordt en de lichten zijn niet gedoofd, krijgt de Jimny koppijn van zulk soort tunetjes. Hij weigert dus resoluut te verwittigen. De excellente maar ook zeer verstrooide chauffeur is al enkele malen (ook eerder op de dag trouwens) verwittigd dat er enige verlichting uit de lampen van de Jimny kwam. Maar die avond liep het mis. Aangekomen bij onze Jimny na een drankje en een brochette in de volleybalkantine in Ngagara (lees ‘rechthoekige paillotte met stoelen, enkele lage tafeltjes en een pries om je GSM op te laden, gevuld met veeel volk’), verlichte hij in volle glorie het gebouw voor hem. De eerste reactie van de chauffeur was van ‘ai…’. De volgende reactie was van ‘mmmh onze Jimny start, maar oei, het lichtje van de batterij blijft branden’. De reactie na enkele honderden meters was ‘ai, de lichten doven meer en meer en bij het aanzetten van de pharen wil de Jimny niet voorruit’. Op een druk over te steken kruispunt ging het van ‘*grrrr* - mooi uitgedrukt -, gas geven, allemaal goed en wel, maar de Jimny wil niet voorruit!’. En toen gaf onze Jimny even de geest… Daar stonden we, midden op een druk kruispunt, in het donker, de excellente chauffeur uitgestapt om alle andere auto’s erop te wijzen dat op DIE plaats onze Jimny stond en oooh weee als er iemand het waagde er tegen te rijden! En natuurlijk werkte de vier pinkers niet, net nu deze zo hard nodig waren. Maar toen kwam de redding, als onze Jimny nu eens wilde meewerken… Als er even geen auto langs achter kwam, werd de Jimny naar achter geduwd, nadien werd hij opnieuw naar voor geduwd. De excellente chauffeur had haar plaats afgegeven aan een mécanicien, die toevallig passeerde en bereid was te helpen. Het mocht niet baten, onze Jimny was moe… De echte redding waren de startkabels, die uiteindelijk zorgden voor een energieboost die onze Jimny duidelijk apprecieerde!

Een kleine anekdote: het is woensdag, er is een nieuwe AT (assistent technique) aangekomen in Burundi die veel zal moeten samenwerken met de voorgenoemde verstrooide persoon. Om bij de eerste kennismaking toch een goede indruk te geven, had de persoon dan ook voorgesteld een lift met onze Jimny te geven naar het hotel, waarop de AT zijn chauffeur naar huis stuurde. De chauffeur probeerde de wagen te starten, maar tevergeefs, er moest geduwd worden. De excellente chauffeur dacht ‘dit heb ik ook net voorgehad, maar gelukkig leer je uit je fouten!’ en was fier om de persoon met de Jimny te kunnen vervoeren, want de Jimny was net door een professor aan het KTA in Brugge onder handen genomen en alle elektrische pannes zijn gerepareerd, inclusief de 4 x 4! Na nog een kortstondige vergadering werd er in de Jimny gestapt, werd de sleutel in het stopcontact gestoken, werd er één keer gedraaid en neen… geen contact… de ooh zo verstrooide chauffeur was haar lichten weer vergeten :s.

woensdag 15 april 2009

Vakantie, euh euh, ik bedoel werk!

Velen in België denken dat we hier een veredelde vakantie aan het nemen zijn in plaats van te werken en ik vrees dat ik dat beeld nu een beetje ga versterken… De voorbije week ben ik namelijk op missie geweest naar het binnenland (naar de provinciehoofdsteden) en het was een fantastische gelegenheid om het binnenland eens te verkennen. Maar wees gerust, voor de rest is het hier heel hard werken!

Tom (een andere vrijwilliger) en ik zijn samen op missie vertrokken voor het voorbereiden van vormingen die binnen 2 maanden volgen. De vormingen worden geregeld door het project APIP (appuis ponctuels aux institutions publiques, het project van Tom) en zijn bedoeld om het personeel van de BPS (bureau provincial de la santé) die werken met het SIS (système d’information sanitaire) op te leiden. En dus begeleid EPISTAT (statistiekenbureau van het ministerie van openbare gezondheidszorg, waar ik dus werk) heel dit gebeuren. De bedoeling was dat we ginder een kleine test deden van het personeel om te zien welke kennis ze al hebben van de pc en Word en Excel. Verder was het de bedoeling dat ik met de verantwoordelijke van de SIS de vorderingen van hun gegevens besprak en dat ik de ontbrekende gegevens van 2008 meenam. Tot slot gingen we de computers ontvirussen, wat het meeste van onze tijd in beslag nam…

De missie omvatte de provincies Rutana, Ruyigi, Karusi, Cankuzo (de 4 provincies waarbij de gezondheidszorg ondersteund wordt door SANTE+, een project van de Europese unie) en Gitega (dat een beetje centraal ligt, waar we enkele keren passeerden en Sarah bezochten). Op voorhand had ik aan de directeur van EPISTAT een begeleidende brief gevraagd geadresseerd aan de provinciale hoofden, maar dit vlotte niet echt. Eerst paste hij 2 keer mijn termes de références aan (die al waren goedgekeurd door BTC), nadien gingen de brieven zeker maandag klaarliggen vóór ons vertrek, waarop er maandag niemand op het bureau aanwezig was die de brief kon geven. Dinsdagavond ontving ik de brieven van Sarah in Gitega, maar geadresseerd aan de verantwoordelijke van BTC en eigenlijk niet bedoeld voor de verantwoordelijke van de gezondheidszorg in de provincies. Bon, ontwikkelingssamenwerking is dus géén vakantie…

Maar bon, dan maar zonder brieven maandagochtend vertrokken richting Rutana. Na 2 uur rijden vinden we er een verlaten BPS. Niet omdat de mensen niet goed werken, maar wel omdat 6 april een verlofdag is in Burundi. In Burundi is het de gewoonte dat de president het weekend ervoor via de radio bevestigt of er de volgende week nu effectief een dag verlof is of niet. Toen we alle papieren tekenden de week voor onze missie, was niemand echt zeker van dit alles en op EPISTAT zeiden ze dat ze gingen werken maandag, tot de president er dus anders over besliste. Dus vandaar geen brieven meegekregen op maandagochtend en vandaar een lege BPS. Gelukkig was de verantwoordelijke in de buurt en hebben we nog wat aan de computers kunnen foefelen en een afspraak gemaakt voor de volgende ochtend. De 3 uur daglicht die ons nog restte, gebruikten we om de toerist uit te hangen. We zijn de Karera watervallen gaan bekijken (40 min van Rutana) en we hebben een plan gemaakt voor eventuele bezoekers (mam etc.). De watervallen zijn prachtig trouwens, enkel zullen ze tegen eind mei al wat kleiner zijn, want normaal is mei een droge maand. Na de toeristische uitstap nog een pintje drinken op een terras, waar natuurlijk de halve stad eens langs kwam om naar de bazungu te kijken, en in het hotel nog een halve kip oppeuzelen. Na nog een gevecht met een vliegende termiet zat de eerste dag erop.

Dag 2 begon dus in de BPS van Rutana waar het personeel nu wel aanwezig was en we dus te testen konden doen. De mensen in de BPS hebben duidelijk nood aan een vorming in verband met het PC-gebruik. De helft van het personeel was trouwens in staking (degenen die betaald worden door het ministerie, die dit al 3 maanden niet had gedaan…), maar wel aanwezig en bereid onze test te doen... Tegen de middag, na een weg die bestond uit gaten met enkele decoratieve stukjes asfalt er rond, werkten we verder in Ruyigi. Daarna dezelfde weg terug om uiteindelijk aan te komen in Gitega, waar we een lekkere maaltijd kregen ten huize Sarah’s coach en een overnachting in Sarah’s huisje.

Dag 3 bracht ons van Gitega naar Karusi (zandweg, maar nieuw, goed en breed). De resultaten van de testen hier waren het minst goed van allemaal, ook de virussen waren het hardnekkigst. Tijdens ons middagmaal in Muyinga (ook een provinciehoofdstad, maar deze moesten we nog niet onderzoeken) hebben we de beste brochette de chèvre met bananes frites gegeten. Ja, na een week op geitenvlees en gefrituurde kookbananen te hebben geleefd ben ik een expert geworden. Van Muyinga nog de laatste recht lijn (nu ja, recht…) naar Cankuzo waar we tegen het einde van de dag wilden aankomen.

Deze laatste “rechte” lijn was de RN (route nationale) 19, de laatste (ze hebben 19 N-wegen). Deze verbindt maar 2 steden (Muyinga en Cankuzo) en loopt recht door het nationale park van de Ruvubu. Aangezien het toerisme maar net terug op gang begint te komen en er niet veel ander verkeer tussen 2 afgelegen steden als Muyinga en Cankuzo rijdt, is de RN 19 een vrij verlaten N-weg. Iets wat wel positief is aangezien de RN19 een zandweg is die meestal amper breed genoeg is voor één auto, laat staan dat je dan nog eens een vrachtwagen zou moeten kruisen. De omgeving was echter prachtig en door de slechte staat van de baan hebben we er dan ook extra lang van kunnen genieten… Het nationale park van de Ruvubu, een zeer grote rivier die later mee de Nijl zal vormen is fantastisch om te zien, evenals de rivier zelf. Aan de ingang van het park zit iemand met een fiets en een register, die je vraagt of het toerisme of passage betreft. Als je het park uitrijdt, noteert een andere persoon je gegevens. Zo zouden ze kunnen controleren of je echt enkel door het park bent gereden, wat gratis is, of dat je de toerist hebt uitgehangen (2 €). Nu ja, ik denk niet echt dat iemand die registers ooit vergelijkt, maar als toerist 2€ betalen voor een nationaal park is nu niet echt veel… Na het park nog een uurtje hotsen en botsen voor we in Cankuzo aankwamen waar we incheckten in het hotel (overnachten in Cankuzo is trouwens goedkoop met deftige kamers van 3€). Nog een brochette de chèvre met bananes frites achter die kiezen steken alvorens onze dag te beeindigen.

Donderdagochtend was dan de BPS van Cankuzo aan de beurt waar de resultaten onverhoopt goed waren, want het is de meest afgelegen provincie van het land. Goedgemutst bolden we tegen de middag naar Gitega voor een rustige namiddag computertokkelen in de BPS en een dutje ten huize Sarah.

De laatste dag hebben we in Gitega de laatste testen uitgevoerd (de vorige dag waren de meeste mensen naar de mis voor Witte donderdag) en de overige BPS-computers in orde gemaakt en dat waren er nog heel veel (Gitega is ook de 2e grootste stad). Iets na de middag zijn we terug naar Bujumbura afgezakt, maar niet zonder de verplichte stop in Bugarama. Bugarama is een klein dorpje waar de 2 grootste verbindingswegen van het land samenkomen voor de afdaling naar Bujumbura (van 2000 naar 800 m). Dit zorgt dan ook voor een massale aanwezigheid van groetenverkopers die haast door je raam naar binnen kruipen om hun waar verkocht te krijgen. Met 20 kg extra gewicht aan groenten (voor minder dan de helft van de prijs in Bujumbura), zijn we uiteindelijk aangekomen in Bujumbura…

donderdag 26 maart 2009

Amicale, olé, olé

Voor al degenen die zich afvragen wat in hemelsnaam een “Amicale” is, wel het is een volleybalploeg. Ze eindigde vorig jaar derde in de Burundese competitie, wat dus eigenlijk neerkomt op 1e van de “gewone” ploegen. Want de winnaars van de vorige jaren zijn buiten categorie: het zijn de ploeg van het leger en de ploeg van de politie en die “kopen” spelers.

Amicale is dus de eerste amateurploeg van het land, nu ja, ze betalen wel het transport van de spelers van en naar de volleybal, dus laten we het naar Burundese standaarden een semi-professionele ploeg noemen. De ploeg heeft zijn thuisbasis in Ngagara, een grote buitenwijk van Bujumbura.

Nu heeft deze ploeg onlangs enkele veranderingen ondergaan: een nieuwe speler én een nieuwe mascotte. De nieuwe speler is de eerste internationale speler in Burundi (op een paar buren uit Congo en Rwanda na) en dan nog meteen een muzungu ook. Jawel hoor, yours truly is de nieuwste aanwinst van Amicale. In de naam van de waarheid: in het tussenseizoen hebben ze ook nog 5 Burundezen aangetrokken om eens eindelijk hoger dan die 3e plaats te geraken… De nieuwe mascotte is een kreeft want weeral yours truly heeft deze zondag 3 uur in de middagzon zitten volleyballen (sporthallen bestaan hier niet), waarvan het eerste uur zonder zonnecrème.

The storie:
Na langdurig wachten en veel heen en weer getelefoneer heb ik dan eindelijk een echte volleybalploeg gevonden hier. Toen ik destijds voor het eerst de appartementen ging bekijken heeft de logistieke verantwoordelijke beloofd me in contact te brengen met de voorzitter van de Burundese volleybalbond. Een week later kwam deze naar mijn werk om enkele afspraken te maken. Hij had wel een ploeg voor mij, Amicale, zijn oude ploeg waar hij nog steeds goede contacten mee heeft. Jammer genoeg was het toen net het einde van een seizoen (dat telkens 5 maand duurt), dus duurde het nog een volle maand voor dat er verdere afspraken gemaakt konden worden.

2 weken geleden heb ik dan voor het eerst een training kunnen mee volgen. Maar ik heb toen nog niet meegedaan, want ik nam antibiotica voor darmproblemen en deze verhoogden de kans op scheuren in ligamenten e.d. Ik wist al wel meteen dat ik serieus mijn best moet gaan doen om te kunnen volgen bij de nieuwe ploeg, want het niveau is ontzettend hoog. Er zitten veel jongeren in de ploeg, maar die jongeren zijn vorig jaar 4e geworden op een officieus Afrikaanse kampioenschap voor -17-jarigen, waar grote en redelijke grote volleyballanden als Egypte (16e op de wereldranglijst), Tunesië (20e), Algerije (42e) en Rwanda (46e) bij waren. Ter vergelijking: Nederland is 28e en België 61e… En buiten deze jongeren hebben we dan nog oudere (en iets betere…) spelers rondlopen.

Dus ja, toen ik deze week voor het eerst ging meespelen was ik toch serieus op mijn hoede… Na 3 maand geen volleybal en met een team dat mijn niveau toch serieus overstijgt, heb ik zwaar afgezien. Toen we op het einde van de training niet genoeg tijd meer hadden voor nog een setje was het tijd voor fysieke training… Laat ik het zo stellen: ik kon daarna 3 dagen lang amper bewegen. Nu ja, ik zal zeker wel op niveau zijn als ik terug kom in België en als we de frequentie van 2 à 3 trainingen van 3 uur per week aanhouden, zal ik hopelijk zelfs gebeterd zijn.

Zondag (de 2e training nadat ik die van vrijdag moest missen door een vergadering) hebben we getraind van 10.30 u tot 14.00 u. De zon was volledig paraat en ik was vergeten zonnemelk te smeren ’s ochtends zodat Sarah (ze kwam eens kijken/mij uitlachen) zo vriendelijk moest zijn om terug naar huis te rijden om deze te gaan halen. Ik heb liters zweet gelaten, ik heb zelfs zweet zien verschijnen op plaatsen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden... En natuurlijk was ik enkele uren na de training zo rood als een kreeft. Dat is te zeggen enkel op het gezicht, de onderarmen en jawel het is mogelijk: de kuiten. Ik denk dat ik net vergeten was mijn kuiten goed in te smeren en de loodrechte zo scheen dus mooi op de dikke bovenkant van mijn kuiten.

Toen ik na een uur training plots die zonnemelk begon te smeren, begrepen de Burundezen er trouwens niks van. Ik heb eerst moeten uitleggen dat het tegen de zon is, waarna ze vroegen of ik dan niet wilde bruinen, waarop ik ze duidelijk moest maken dat bruinen geen probleem is, roden daarentegen… Nu ja, zo hebben ze weer eens goed kunnen lachen met de muzungu…

Voor al degenen die zich afvragen waarom ik in hemelsnaam bij zo’n goede ploeg ga meedoen en niet op zoek ga naar een ploeg meer van mijn niveau, wel daar zijn verschillende redenen voor. Ik ben overal gewild als speler, al is het maar als prestige om een blanke in de ploeg te hebben. (Prestige is te nuanceren, ze hopen ook dat ik wat geld in de lade kan brengen op de één of de andere manier) Dus ze gaan me niet wegjagen, waardoor ik dus kan blijven meetrainen met een sterke ploeg waardoor ik zelf sneller verbeter. Ook heeft het nogal lang geduurd eer ik deze ploeg heb gevonden en als ik dan nu opnieuw naar een andere ploeg moet gaan zoeken, zou dat nogal lang duren. Verder is er ook niet veel keuze, in Bujumbura heb je 8 ploegen en in het binnenland nog een 20-tal. De ploegen in Bujumbura zijn allemaal veel sterker dan de ploegen in het binnenland omdat daar minder faciliteiten zijn en als er daar een goede speler is, verhuist die meestal naar de hoofdstad (Sportstudenten krijgen allerhande voordelen op de unief). Dus in Bujumbura zou ik sowieso een ploeg van Belgisch 1e provinciale – landelijke niveau hebben. En tot slot heb ik de laatste training enkele strakke bloks op die mannen gezet en maak ik genoeg punten op mijn eigen manier (zonder met mijn schouder boven het net te springen en de bal in de 3-meter te knallen). Dus ik hoop binnen enkele weken toch redelijk mee te kunnen doen…

Sarah zegt: en de belangrijkste reden: Sarah heeft nu die 6-paks van de andere mannen gezien en Jelle mág gewoon niet meer van ploeg veranderen :-)

woensdag 18 maart 2009

Internet op het appartement !!!

Woop woop woop woop woop woop woop
*Jelle ligt op de grond en "loopt" rondjes*
Zij die de simpsons kennen, of het mij al eens eerder hebben zien doen, kunnen zich voorstellen hoe het er ongeveer uitziet...

Jaja, na zeeeeer lang dralen, bellen, wachten, bekijken,... hebben ze eindelijk een internetconnectie in het appartement geïnstalleerd. Deze voormiddag zijn ze de antenne al op het dak komen installeren, en seffes, in de namiddag, komen ze nog een router installeren. Daarn kunnen we dan met meerdere laptops tegelijk de bandbreedte overladen. Want voorlopig zit ik met 1 laptop aan een kabeltje vast, horror, middeleeuwen !!!

Nu moet ik wel gaan afronden want ik moet terug naar het werk. Deze avond ga ik namelijk volleyballen en daardoor dien ik wat vroeger te vertrekken. Ter compensatie neem ik dan wat minder lang middagpauze.

P.S. ook hebben we onze auto volledig ter onzer beschikking sinds vrijdag en gaan we er dus zeer binnenkort een post over maken, met foto's !!! driewerf hoera !

dinsdag 10 maart 2009

Met de fiets door het oerwoud, met een stoet papegaaien om je heen; allemaal meezingen !

Howdy,

Jaja, ik ben hier een echte coureur aan het worden... Elke dag 2 keer op en af naar het werk. Op zich geen grote afstand in vogelvlucht (4 km), maar als het +30° is en wetende dat Bujumbura alles behalve plat is... Nu ja, zagen doen we niet, want al bij al is het niet zo'n vermoeiend traject. Het enige probleem is wel dat het appartement tegen het meer ligt en mijn werk op de heuvelflanken. Hierdoor kom ik altijd nat in het zweet aan op het werk, terwijl ik op weg naar huis amper een trap moet geven.

Elke keer als ik richting werk ga, is het sterven halverwege het traject. Het hele traject is bergop, maar de grootste stijgingsgraad ligt halverwege (20 %). Dan is het echt op het kleinste verzetje even heel hard doodgaan... Vooral dan op de middag met een verschrikkelijke zon in mijne nek terwijl ik (zo hoort dat) een lange broek en een hemd aan heb. Nu ja, als ik dan terug naar huis ga wordt alles goedgemaakt door een zalige afdaling. In het begin moet ik nog enkele keren remmen, want ik moet 4 grote straten oversteken (en een fiets begint nu eenmaal niets tegen al die pickups hier). Maar even later als ik aan het steilste stuk kom, kan ik me laten gaan... Het steilste stuk is namelijk het eerste (of laatste als je stijgt) stuk van een lange straat zonder zijstraten. Dus hier zet ik me op het rijvak en suis ik naar beneden met dezelfde snelheid als de auto's (ongeveer 60, 70). Kicken !!! Tegen de tijd dat ik uitgebold ben, ben ik al aan mijn zijstraat, waar ik me dan nog even in parijs-roubaix waan alvorens te arriveren aan de appartementen...

Nu voor de mensen die bang zijn voor mijn gezondheid: het is niet zo gevaarlijk als het klinkt en ik ben ook wel heel voorzichtig...

donderdag 5 maart 2009

Zotte kosten XCVI, the end ?

Ja hoor, degenen die nog wat Romeinse cijfers kennen, kunnen dus afleiden dat we al heel veel zotte kosten hebben gedaan. Nu ja, echt zot zijn die kosten meestal niet, maar zonder dat zotte ervoor, klinken kosten zo saai… Voor ons vertrek hadden we al heel wat huishoudartikelen e.d. gekocht (voornamelijk van onze huwelijkscadeaus, waarvoor allen hartelijk bedankt !!!) Sinds we hier zijn aangekomen hebben er dan nog een schepje bovenop gedaan voor de inrichting van het appartement. Gelukkig heeft het huis van Sarah niet veel van deze kosten nodig, aangezien het daar meer gemeubeld is dan bij mij.

Alsof al die (zotte) kosten nog niet genoeg zijn, hebben we dit weekend er nog eens een serieuze schep bovenop gedaan door ons vervoer wat beter in orde te brengen. Ik had al eens aangehaald dat ik nogal problemen heb om op het werk te geraken (omdat ik op een niet-echt-project zit, dus zonder projectauto die me ophaalt en naar huis voert). Gelukkig kon ik af en toe nog een lift versieren, toch nam ik gemiddeld elke dag 1 keer een taxi, wat neer komt op ¼ van de ritten. In België zouden die taxiritten me op de rand van het bankroet brengen, maar hier in Bujumbura zijn de taxi’s wel wat goedkoper. Zo betaal je ongeveer 1,5€ om de stad te doorkruisen (wat neerkomt op winstmarge van ongeveer 0,2€ per rit voor de taximannen…). Maar toch moest ik een oplossing zoeken en heb ik dus een fiets gekocht.

Via een contact van Tom (een andere vrijwilliger die hier al een jaar zit), die er zelf ook een fiets had bij besteld. Heb ik nu een custom made mountainbike (lees: van allerhande nieuwe en 2de hands onderdelen in elkaar gestoken mountainbike) aangeschaft. De fietsenverkoper is de mecanicien van een lokale fietsclub en gaat af en toe naar Uganda om stukken aan te kopen. Deze manier van een fiets aanschaffen duurt misschien wat langer, maar echte lokale fietsen zijn niet altijd even betrouwbaar of zijn heel zwaar en de nieuwe Chinese fietsen hier in de winkels zijn de grootste brol op aarde. Dus heb ik nu een 2e hands composiet kader, met shimano (echte, wat hier zeldzaam is) onderdelen en nieuwe binnen en buitenbanden. De prijs is vergelijkbaar met de Belgische variant, enkel heb ik er gratis onderhoud bij en gratis-vervang-garantie voor de stukken…

Tot slot zochten we nog een oplossing om de (weliswaar dus niet echt dure) taxiritten in het weekend te verminderen. Ook wilden we graag minder afhankelijkheid worden van de auto van Luc en Els voor de grotere verplaatsingen. We waren volgens mij nogal een vervelende dochter en schoonzoon als het op liften aankwam. Dus hebben we onze grootste” zotte” kost gedaan, een auto. Na lang zoeken en veel kijken en vergelijken, hebben we uiteindelijk de auto aangeschaft die we het eerst hadden bekeken, een Suzuki Jimny! We waren heel streng in onze selectiecriteria, omdat een auto nu eenmaal een grote en belangrijke aankoop is.

Zo moest de auto een stuur aan de linkerkant hebben, want anders is het inhalen van een vrachtwagen in de bergen en zelfs de gewone circulatie in het stad echt levensgevaarlijk. Een links stuur is hier echter niet evident. Zo goed als alle nieuwe auto’s hebben dit, want in Burundi rijden ze ook rechts, maar de meeste 2e handswagens hebben het stuur aan de verkeerde kant. Dit komt omdat deze wagens vanuit linksrijdende landen worden ingevoerd, omdat ze dan goedkoper zijn. Ook wilden we graag een 4x4 of toch een jeeptype zodat we er zonder al te veel problemen overal mee konden verplaatsen in Burundi. Daarbovenop kwam dan nog dat we niet te duur wilden gaan, wat met een links stuur en 4x4 heel moeilijk wordt.

De eerste wagen die we zagen beantwoorde wel aan al onze wensen en was maar 3 jaar oud, maar hij had al eens een koprol gemaakt (en auto’s kunnen dat niet zo goed). Dus was de carrosserie beschadigd, spiegels die niet meer automatisch te bedienen zijn, een raam dat niet meer perfect omhoog kwam in de beschadigde deur etc. Dit was allemaal wel al naar beste Burundese normen gerepareerd, maar de auto mag zeker toch nog eens onder handen genomen worden. Op zich was dit niet zo’n probleem, maar we wilden toch eerst eens een autokenner/mecanicien naar de auto laten zien. Zo kon deze nagaan of het inderdaad enkel wat blikschade was (de motor en ophanging nog perfect) en inschatten welke verdere reparaties en andere kosten ons nog te wachten stonden. Wegens een vakantie van de eigenaar en enkele andere hindernissen, duurde het nog een maand voordat de volgende afspraak plaats kon hebben.

Ondertussen hebben we nog vele andere wagens bekeken, maar er was er geen die onze voorkeur droeg, bijna allemaal waren ze veel te duur voor wat ze waard waren. Hier in Burundi dalen de prijzen lang niet zo snel als in België wat betreft 2e hands. Zo hebben we een RAV4 bekeken van 15 jaar, met al 200000 km op de teller (en dat voor een naft !), waar ze nog 7000 € !! voor vroegen. Hier hebben we resoluut, doch vriendelijk voor bedankt. Ook wilden we een auto ‘en bon état’, gewoon in goede staat, waarbij de mensen die ons hielpen een auto te zoeken direct dachten aan een auto overgebracht vanuit Europa, minstens 2de hands, maar volgens hen 1ste hands en natuurlijk vele duurder. Later, toen de autospecialist de jimny had gekeurd, werd deze goed bevonden. Aangezien ook de prijs van zeer goede kwaliteit was, hebben we hem dus aangeschaft. Deze week nog zouden alle papieren in orde moeten zijn. We gaan hem dan nog eerst wat laten oplappen en herspuiten (zodat de oneffenheden in de carrosserie wat kunnen worden weggewerkt). Daarna is het cruise-tijd !

Voorlopig zijn er nog geen foto’s van ons tuutje beschikbaar, maar voor de nieuwsgierigen, die wel eens een idee willen hebben van hoe een jimny eruit ziet en wat hij zoal waard is: http://www.autozine.nl/text/88.html .

maandag 2 maart 2009

Feesten, feesten en beesten (met een weekje vertraging)

Feesten: Luc werd 55 (maar hou het stil…), dus werd dit uitgebreid gevierd. Op zaterdag 21 feb(een dag voor de eigenlijke verjaardag) hebben Sarah en ik in de voormiddag enkele desserten geprepareerd (bananenmuffins, broodpudding en appelcake) en vanaf half vier zijn we dan naar Luc en Els gegaan. Daar nog even helpen met het klaarmaken van de aperitiefhapjes en het aperitief zelf (Pisco Sour) en vanaf vijf uur kon het feestje beginnen, dat is te zeggen, als de mensen hier in Burundi ooit op tijd zouden zijn. Een uurtje later was de laatste dan toch gearriveerd en kon het feest beginnen. Tijdens het verjaardagsfeest kon een dartsspel niet ontbreken: 16 mensen verdeeld in 4 ploegen die heel de avond lang (dus letterlijk tussen de soep en de patatten) een dartsspel spelen. Door het lot werd jullie favoriete koppel-dat-als-AJ’s-in-Burundi-zit samen in een ploeg gezet, dat belooft!

Na een lekker maal (een lekkere kip die volgense enkele aanwezigen veel weg had van konijn, maar toch kip was :-)) was het tijd voor het eerste dessert: ijs. Jongens, wat was dat lang geleden! Nadien volgde de taarten met kaarsjes natuurlijk. Nog een vierde en laatste ronde aan het dartsbord om dan uiteindelijk bij champagne (ondertussen was het dus 22 februari aan het worden) de einduitslag bekend te maken. Yours trullies (of hoe zeg je dat in het meervoud) waren 2 van de gelukkige winnaars, jeej !

Feesten: Ministerieel bezoek… Onzer aller minister van ontwikkelingssamenwerking Charles Michel was op bezoek in Burundi. Op dinsdagavond was er naar aanleiding hiervan een handjesschudwedstrijd, excuseer, receptie georganiseerd in de residentie van de ambassadeur. Sinds wij beiden in de Belgische ontwikkelingssamenwerking tewerkgesteld zijn, waren we ook uitgenodigd (en kregen we ook een handje van de minister ;-)). Jammer genoeg waren er geen Belgische bieren aanwezig en moesten we het dus houden op lokale brouwsels, welke echter ook niet slecht zijn. Verder waren er uiteraard ook nog de obligate speeches van de ambassadeur, de minister en de 2e vice-president van Burundi.

Beesten: Terwijl ik in België op weg naar het werk hooguit enkele koeien en ganzen tegenkom, ben ik onlangs opnieuw enkele apen tegengekomen. Ik had al enkele keren een aapje gezien in een gigantische cactusboom die langs het wandelpaadje tussen het ziekenhuis en mijn werk staat. Maar dinsdag zaten er ineens tientallen in diezelfde boom, alsook op de nabijgelegen daken. Aangezien dit een stad is, en ze dus mensen een beetje gewoon zijn, kon je er echt vlakbij komen, maar ze strelen heb ik toch maar niet gedaan. De apen hier in de stad zijn trouwens niet graag gezien: als Burundezen ze in de gaten krijgen, jagen ze ze weg met stenen. Dit is een reactie op het aantal diefstallen die hier gebeuren door de apen.