zondag 3 mei 2009

Vogels gespot!

Er zijn al veel mooie kiekjes gemist door de camera thuis te laten, maar deze twee vogels heb ik toch te pakken gekregen:
Augur Buzurd


Long-crested Eagle

vrijdag 1 mei 2009

Petit Basam

Op een valavond van een zonnige dag trokken drie vriendinnetjes naar het strand om even uit te blazen en ontspannen de dag af te sluiten. De uitverkozen 'badplaats' heet Petit Basam.



Als je vanop de meest begeerde (= minste krokodillen) 'badplaatsen' van Bujumbura naar het meer kijkt, zie je langs je linkerkant de bergen van Burundi en aan de rechterkant de bergen van Congo (zie atlas om te localiseren waar we zijn ;)).


Links: de Burundese bergen - Rechts: de Congolese bergen

En voilà, hier zijn we dan: Jessica, Nadine en ik



Vele zonnige groetjes uit Burundi!

zondag 19 april 2009

Burundi tourist information...

Sommigen zullen dit ook in hun mailbox gevonden hebben, maar hier is het dus voor iedereen om eens te bekijken en te lezen...



Je kan op de foto's klikken om ze te vergroten, anders zijn ze nogal moeilijk leesbaar...

Parc National de Rusizi (03/01/2009)


Verboden voor krokodillen, dacht ik zo... Maar niets is minder waar: in Burundi betekent de rode cirkel 'pas op voor...'. Zo dacht ik steeds dat op de weg naar het strand niet gefietst mocht worden, terwijl het daar krioelt van fietsers...


Casper en Elias op bezoek bij de krokodillen.



Wat is er zoal te zien in de Rusizi? Veel vogels, nijlpaarden en kroko's. Alhoewel dat deze laatsten minder en minder te zien zijn.










In de verte: de Congolese bergen.

donderdag 16 april 2009

Hoe zou het zijn met...

... onze Jimny – en neen, zijn naam is zó cool, dat we geen koosnaampje bedenken!



Zoals er aan vele tweedehands auto’s wel wat mankementjes zijn, heeft de onze er natuurlijk ook:
- de regentest heeft hij al doorstaan en na enkele nieuwe reparaties is hij weer iets meer waterdicht: het water stroomt al niet meer binnen bij de minste regen, het druppelt . Ook regent het enkel vooraan nog binnen en niet meer over de hele auto.
- het elektriciteitsprobleempje: de knopjes die elektrisch te bedienen zijn, zoals de mistlamp (niet echt nodig in Burundi), de achterruitverwarming (niet echt nodig in Burundi) en de 4 x 4 (wel hard nodig in Burundi als je off-road wil gaan – en natuurlijk willen wij dat, en neen, wij hebben geen koppelingssysteem hiervoor, maar een knopje…), marcheren niet…

Maar we zijn toch ooh zo blij met onze Jimny! Dit weekend heeft hij zijn laatste tests doorstaan: off-road gaan zonder 4 x 4 en maar twee keer moeten geduwd worden (zullen we maar zwijgen over de excellente chauffeur ;)!) en door een deels overstroomde Bujumbura rijden (jaja Jelle, je deed het ook goed hoor ). De kers op de kaars was een klein foutje van de eerstgenoemde excellente chauffeur, waardoor er een beetje een panne veroorzaakt was…

Zaterdag:
Sarah vertrekt mee in een colonne van vijf auto’s (mét 4 x 4) om een Burundese koningsheuvel te bezoeken. Zo kon de Jimny zijn heuvelwaardigheidstest ondergaan, vermits lang bergop rijden nog niet was getest. Er was verteld dat voor het koningsbezoek een 4 x 4 niet geheel nodig was, een hogere auto was voldoende.

Eerst moest er door de “travaux communautaires” geraakt worden, wat normaalgezien met een Burundese nummerplaat (BA 9518) niet gaat, maar vermits er in colonne gereden werd met meer belangrijke platen, vormde dit geen probleem.

Nadien waren het de bergen: eerst is het gedurende 35 km zeer hard stijgen tot Bugarama, waar nadien de weg opsplitst richting Gitega of Kayanza. Bugarama is trouwens ook de ‘grenspost’ die je niet meer kan passeren na 17h30 als je richting Bujumbura of richting binnenland wil. Na de splitsing gaat het eerder golvend omhoog en omlaag. De weg is geasfalteerd en van zeer goede kwaliteit. Je moet enkel weten dat er rond kilometer 19 en rond kilometer 24 een zware onaangekondigde, amper zichtbare wegverzakking is en dat je daar tegen 10 km/uur over moet, anders kan je auto naar het autokerkhof. Maar natuurlijk zijn we daar ondertussen al op voorbereid. De Jimny heeft de test omhoog trouwens zeer goed doorstaan.

Aangekomen in Muramvya (het grootste stadje op de weg richting Gitega), ging het off-road. Het had die ochtend geregend, maar geen probleem, er waren auto’s genoeg mee die de Jimny konden trekken indien nodig. Het was een lange weg, maar het ging heel goed. Eén keer maakte de chauffeur (jawel, ons Sarah ging off-road!) de fout van te veel gas te geven wanneer de auto de helling niet meer op geraakte wegens te glibberig, maar met een duwtje van enkele sterke mannen ging het weer vooruit.

Op de koningsheuvel stonden twee groepen tambourinairs klaar die de colonne verwelkomde. Het verhaal van de koning werd bondig verteld, bomen, geplant rond 1900, werden bezocht, evenals het traditionele huis (hutje) van de koning en een overdekte plaats met zeer mooi uitzicht. Er werd een maaltijd geserveerd en de tambourinairs zorgden voor de muziek. Ondertussen was het non-stop beginnen gieten en dus de wegen zo goed als onberijdbaar.

Bij vertrek werd de Jimny achter een pick-up geplaatst om te kunnen trekken indien nodig. Het begon trouwens al goed: er moest langs een valei gedraaid worden en toen de snuit naar de valei gericht stond met de Jimny op een halve meter van de valei en er achterwaarts een klein hellinkje moest opgereden worden, kwam er protest vanuit Jimny’s kant: het was te glibberig! Sarah’s hart klopte harder… Met heel het plaatselijke dorp als supporters en enkelen die duwden en wat leerkrachten van de KTA-school in Brugge als raadgevers, is de Jimny door de toch-wel-een-beetje-sublieme chauffeur gedraaid geraakt.

Nadien werd het ritje elke seconde prettiger! Glijden, glijden en nog eens glijden! En niet enkel onze Jimny, alle auto’s! Want die andere auto’s konden dan wel 4 x 4 hebben, de banden hadden geen grip meer door al de modder die er rond hing. En een pick-up voor u zo zien glijden is echt lachen, we hadden plezier!

Er waren trouwens geweldige supporters en raadgevers mee. Elk half uurtje werd er gestopt als er te stoppen viel en werd er raad gegeven aan de chauffeur van de Jimny over hoe er best over de wegen, bergop en bergaf, ge(r/gl)eden werd. Ook het applaus vanuit de pick-up vooraan, die de Jimny nooit uit het oog verloor, als het ergens even zeer spannend werd en de Jimny erdoor geraakte, werd sterk door onze Jimny geapprecieerd. Enkele spannende momenten:
- een dikke boom die plots over de weg kwam lopen: er waren in het wegdek richels door de waterstroom gevormd en vaak waren die richels niet te vermijden. Meestal kon de Jimny daar mooi uit(r/gl)ijden, maar op één moment liep het een beetje mis en bij elke mini-druk op het gaspedaal schoof de Jimny dichter en dichter met de zijkant naar de boom toe, tot de chauffeur deze kon aanraken. Al een geluk was er plots weer een fractie grip en is de Jimny er zachtjes uitge(r/gl)eden! Zuuuuuuchtttttttt
- een zeer glibberig heuveltje dat moest overwonnen worden: bij dit soort heuveltjes koos onze Jimny meestal een stukje gras om aan één kant toch een beetje grip te hebben. Maar dit heuveltje was anders dan de anderen: er was geen sprietje gras te bespeuren… Om omhoog te geraken, koos onze Jimny voor een zekere snelheid, anders zou hij er niet op geraken. Boven gekomen stond hij plots niet meer recht op de baan, maar naar de bergkant gericht. Met een beetje sturen en tegensturen is het allemaal goed gekomen!

Nu moet er toch even vermeld worden dat de Jimny gevuld was met énkel vrouwen en dat deze het er zonder trauma en zonder ge’aaah’-‘eeeh’-‘iiiiih’-‘oooh’-‘uuuh’ vanaf gebracht hebben: dank u vrouwen!

Zondag:
Het regent in Bujumbura. Niet ongewoon tijdens het regenseizoen, wel ongewoon dat het al twee dagen van ’s ochtends tot +/- 15h à 16h non-stop regent. Normaalgezien regent het rond 16h à 17h voor eventjes met eventueel een herhaling later op de avond. Het is nadien trouwens direct terug droog, een half uur na een hevige regenbui ’s avonds kan er alweer op een droog terrein getennist worden. En net nu is er bezoek vanuit Rwanda, dat voornamelijk gekomen is voor het strandwandelen en al wat erbij hoort. Om toch te laten zien dat er echt wel een strand is in Bujumbura, werd er naar het strand gereden. Niet zo gemakkelijk: het goot en wat niet in rekening was gebracht, was dat de helft van de stad overstroomd zou zijn. Maar gelukkig leidt er niet één weg, maar meerdere naar het strand! Als de auto’s voor ons vast kwamen te zitten of als er obstakels (omgevallen bomen, …) over de weg lagen, werd er rechtsomkeer gegaan of werd er over de verkeerde kant van de baan of het minder overstroomde voetpad gereden. Wat niet wil zeggen dat er niet op plaatsen is gereden met het water dat tot over de motorkap kwam! Maar ook bij regen was het gezellig om in het overdekte salon op het strand te zitten (filmpje). Een half uurtje nadat het gestopt was met regenen, waren de straten trouwens weer helemaal watervrij!

s’ Avonds was er wel paniek: ook meer dan excellente chauffeurs maken al wel eens een foutje… Terwijl het in de Corsa in België van ‘tuuuuuuut’ gaat als de auto verlaten wordt en de lichten zijn niet gedoofd, krijgt de Jimny koppijn van zulk soort tunetjes. Hij weigert dus resoluut te verwittigen. De excellente maar ook zeer verstrooide chauffeur is al enkele malen (ook eerder op de dag trouwens) verwittigd dat er enige verlichting uit de lampen van de Jimny kwam. Maar die avond liep het mis. Aangekomen bij onze Jimny na een drankje en een brochette in de volleybalkantine in Ngagara (lees ‘rechthoekige paillotte met stoelen, enkele lage tafeltjes en een pries om je GSM op te laden, gevuld met veeel volk’), verlichte hij in volle glorie het gebouw voor hem. De eerste reactie van de chauffeur was van ‘ai…’. De volgende reactie was van ‘mmmh onze Jimny start, maar oei, het lichtje van de batterij blijft branden’. De reactie na enkele honderden meters was ‘ai, de lichten doven meer en meer en bij het aanzetten van de pharen wil de Jimny niet voorruit’. Op een druk over te steken kruispunt ging het van ‘*grrrr* - mooi uitgedrukt -, gas geven, allemaal goed en wel, maar de Jimny wil niet voorruit!’. En toen gaf onze Jimny even de geest… Daar stonden we, midden op een druk kruispunt, in het donker, de excellente chauffeur uitgestapt om alle andere auto’s erop te wijzen dat op DIE plaats onze Jimny stond en oooh weee als er iemand het waagde er tegen te rijden! En natuurlijk werkte de vier pinkers niet, net nu deze zo hard nodig waren. Maar toen kwam de redding, als onze Jimny nu eens wilde meewerken… Als er even geen auto langs achter kwam, werd de Jimny naar achter geduwd, nadien werd hij opnieuw naar voor geduwd. De excellente chauffeur had haar plaats afgegeven aan een mécanicien, die toevallig passeerde en bereid was te helpen. Het mocht niet baten, onze Jimny was moe… De echte redding waren de startkabels, die uiteindelijk zorgden voor een energieboost die onze Jimny duidelijk apprecieerde!

Een kleine anekdote: het is woensdag, er is een nieuwe AT (assistent technique) aangekomen in Burundi die veel zal moeten samenwerken met de voorgenoemde verstrooide persoon. Om bij de eerste kennismaking toch een goede indruk te geven, had de persoon dan ook voorgesteld een lift met onze Jimny te geven naar het hotel, waarop de AT zijn chauffeur naar huis stuurde. De chauffeur probeerde de wagen te starten, maar tevergeefs, er moest geduwd worden. De excellente chauffeur dacht ‘dit heb ik ook net voorgehad, maar gelukkig leer je uit je fouten!’ en was fier om de persoon met de Jimny te kunnen vervoeren, want de Jimny was net door een professor aan het KTA in Brugge onder handen genomen en alle elektrische pannes zijn gerepareerd, inclusief de 4 x 4! Na nog een kortstondige vergadering werd er in de Jimny gestapt, werd de sleutel in het stopcontact gestoken, werd er één keer gedraaid en neen… geen contact… de ooh zo verstrooide chauffeur was haar lichten weer vergeten :s.

woensdag 15 april 2009

Vakantie, euh euh, ik bedoel werk!

Velen in België denken dat we hier een veredelde vakantie aan het nemen zijn in plaats van te werken en ik vrees dat ik dat beeld nu een beetje ga versterken… De voorbije week ben ik namelijk op missie geweest naar het binnenland (naar de provinciehoofdsteden) en het was een fantastische gelegenheid om het binnenland eens te verkennen. Maar wees gerust, voor de rest is het hier heel hard werken!

Tom (een andere vrijwilliger) en ik zijn samen op missie vertrokken voor het voorbereiden van vormingen die binnen 2 maanden volgen. De vormingen worden geregeld door het project APIP (appuis ponctuels aux institutions publiques, het project van Tom) en zijn bedoeld om het personeel van de BPS (bureau provincial de la santé) die werken met het SIS (système d’information sanitaire) op te leiden. En dus begeleid EPISTAT (statistiekenbureau van het ministerie van openbare gezondheidszorg, waar ik dus werk) heel dit gebeuren. De bedoeling was dat we ginder een kleine test deden van het personeel om te zien welke kennis ze al hebben van de pc en Word en Excel. Verder was het de bedoeling dat ik met de verantwoordelijke van de SIS de vorderingen van hun gegevens besprak en dat ik de ontbrekende gegevens van 2008 meenam. Tot slot gingen we de computers ontvirussen, wat het meeste van onze tijd in beslag nam…

De missie omvatte de provincies Rutana, Ruyigi, Karusi, Cankuzo (de 4 provincies waarbij de gezondheidszorg ondersteund wordt door SANTE+, een project van de Europese unie) en Gitega (dat een beetje centraal ligt, waar we enkele keren passeerden en Sarah bezochten). Op voorhand had ik aan de directeur van EPISTAT een begeleidende brief gevraagd geadresseerd aan de provinciale hoofden, maar dit vlotte niet echt. Eerst paste hij 2 keer mijn termes de références aan (die al waren goedgekeurd door BTC), nadien gingen de brieven zeker maandag klaarliggen vóór ons vertrek, waarop er maandag niemand op het bureau aanwezig was die de brief kon geven. Dinsdagavond ontving ik de brieven van Sarah in Gitega, maar geadresseerd aan de verantwoordelijke van BTC en eigenlijk niet bedoeld voor de verantwoordelijke van de gezondheidszorg in de provincies. Bon, ontwikkelingssamenwerking is dus géén vakantie…

Maar bon, dan maar zonder brieven maandagochtend vertrokken richting Rutana. Na 2 uur rijden vinden we er een verlaten BPS. Niet omdat de mensen niet goed werken, maar wel omdat 6 april een verlofdag is in Burundi. In Burundi is het de gewoonte dat de president het weekend ervoor via de radio bevestigt of er de volgende week nu effectief een dag verlof is of niet. Toen we alle papieren tekenden de week voor onze missie, was niemand echt zeker van dit alles en op EPISTAT zeiden ze dat ze gingen werken maandag, tot de president er dus anders over besliste. Dus vandaar geen brieven meegekregen op maandagochtend en vandaar een lege BPS. Gelukkig was de verantwoordelijke in de buurt en hebben we nog wat aan de computers kunnen foefelen en een afspraak gemaakt voor de volgende ochtend. De 3 uur daglicht die ons nog restte, gebruikten we om de toerist uit te hangen. We zijn de Karera watervallen gaan bekijken (40 min van Rutana) en we hebben een plan gemaakt voor eventuele bezoekers (mam etc.). De watervallen zijn prachtig trouwens, enkel zullen ze tegen eind mei al wat kleiner zijn, want normaal is mei een droge maand. Na de toeristische uitstap nog een pintje drinken op een terras, waar natuurlijk de halve stad eens langs kwam om naar de bazungu te kijken, en in het hotel nog een halve kip oppeuzelen. Na nog een gevecht met een vliegende termiet zat de eerste dag erop.

Dag 2 begon dus in de BPS van Rutana waar het personeel nu wel aanwezig was en we dus te testen konden doen. De mensen in de BPS hebben duidelijk nood aan een vorming in verband met het PC-gebruik. De helft van het personeel was trouwens in staking (degenen die betaald worden door het ministerie, die dit al 3 maanden niet had gedaan…), maar wel aanwezig en bereid onze test te doen... Tegen de middag, na een weg die bestond uit gaten met enkele decoratieve stukjes asfalt er rond, werkten we verder in Ruyigi. Daarna dezelfde weg terug om uiteindelijk aan te komen in Gitega, waar we een lekkere maaltijd kregen ten huize Sarah’s coach en een overnachting in Sarah’s huisje.

Dag 3 bracht ons van Gitega naar Karusi (zandweg, maar nieuw, goed en breed). De resultaten van de testen hier waren het minst goed van allemaal, ook de virussen waren het hardnekkigst. Tijdens ons middagmaal in Muyinga (ook een provinciehoofdstad, maar deze moesten we nog niet onderzoeken) hebben we de beste brochette de chèvre met bananes frites gegeten. Ja, na een week op geitenvlees en gefrituurde kookbananen te hebben geleefd ben ik een expert geworden. Van Muyinga nog de laatste recht lijn (nu ja, recht…) naar Cankuzo waar we tegen het einde van de dag wilden aankomen.

Deze laatste “rechte” lijn was de RN (route nationale) 19, de laatste (ze hebben 19 N-wegen). Deze verbindt maar 2 steden (Muyinga en Cankuzo) en loopt recht door het nationale park van de Ruvubu. Aangezien het toerisme maar net terug op gang begint te komen en er niet veel ander verkeer tussen 2 afgelegen steden als Muyinga en Cankuzo rijdt, is de RN 19 een vrij verlaten N-weg. Iets wat wel positief is aangezien de RN19 een zandweg is die meestal amper breed genoeg is voor één auto, laat staan dat je dan nog eens een vrachtwagen zou moeten kruisen. De omgeving was echter prachtig en door de slechte staat van de baan hebben we er dan ook extra lang van kunnen genieten… Het nationale park van de Ruvubu, een zeer grote rivier die later mee de Nijl zal vormen is fantastisch om te zien, evenals de rivier zelf. Aan de ingang van het park zit iemand met een fiets en een register, die je vraagt of het toerisme of passage betreft. Als je het park uitrijdt, noteert een andere persoon je gegevens. Zo zouden ze kunnen controleren of je echt enkel door het park bent gereden, wat gratis is, of dat je de toerist hebt uitgehangen (2 €). Nu ja, ik denk niet echt dat iemand die registers ooit vergelijkt, maar als toerist 2€ betalen voor een nationaal park is nu niet echt veel… Na het park nog een uurtje hotsen en botsen voor we in Cankuzo aankwamen waar we incheckten in het hotel (overnachten in Cankuzo is trouwens goedkoop met deftige kamers van 3€). Nog een brochette de chèvre met bananes frites achter die kiezen steken alvorens onze dag te beeindigen.

Donderdagochtend was dan de BPS van Cankuzo aan de beurt waar de resultaten onverhoopt goed waren, want het is de meest afgelegen provincie van het land. Goedgemutst bolden we tegen de middag naar Gitega voor een rustige namiddag computertokkelen in de BPS en een dutje ten huize Sarah.

De laatste dag hebben we in Gitega de laatste testen uitgevoerd (de vorige dag waren de meeste mensen naar de mis voor Witte donderdag) en de overige BPS-computers in orde gemaakt en dat waren er nog heel veel (Gitega is ook de 2e grootste stad). Iets na de middag zijn we terug naar Bujumbura afgezakt, maar niet zonder de verplichte stop in Bugarama. Bugarama is een klein dorpje waar de 2 grootste verbindingswegen van het land samenkomen voor de afdaling naar Bujumbura (van 2000 naar 800 m). Dit zorgt dan ook voor een massale aanwezigheid van groetenverkopers die haast door je raam naar binnen kruipen om hun waar verkocht te krijgen. Met 20 kg extra gewicht aan groenten (voor minder dan de helft van de prijs in Bujumbura), zijn we uiteindelijk aangekomen in Bujumbura…

donderdag 26 maart 2009

Amicale, olé, olé

Voor al degenen die zich afvragen wat in hemelsnaam een “Amicale” is, wel het is een volleybalploeg. Ze eindigde vorig jaar derde in de Burundese competitie, wat dus eigenlijk neerkomt op 1e van de “gewone” ploegen. Want de winnaars van de vorige jaren zijn buiten categorie: het zijn de ploeg van het leger en de ploeg van de politie en die “kopen” spelers.

Amicale is dus de eerste amateurploeg van het land, nu ja, ze betalen wel het transport van de spelers van en naar de volleybal, dus laten we het naar Burundese standaarden een semi-professionele ploeg noemen. De ploeg heeft zijn thuisbasis in Ngagara, een grote buitenwijk van Bujumbura.

Nu heeft deze ploeg onlangs enkele veranderingen ondergaan: een nieuwe speler én een nieuwe mascotte. De nieuwe speler is de eerste internationale speler in Burundi (op een paar buren uit Congo en Rwanda na) en dan nog meteen een muzungu ook. Jawel hoor, yours truly is de nieuwste aanwinst van Amicale. In de naam van de waarheid: in het tussenseizoen hebben ze ook nog 5 Burundezen aangetrokken om eens eindelijk hoger dan die 3e plaats te geraken… De nieuwe mascotte is een kreeft want weeral yours truly heeft deze zondag 3 uur in de middagzon zitten volleyballen (sporthallen bestaan hier niet), waarvan het eerste uur zonder zonnecrème.

The storie:
Na langdurig wachten en veel heen en weer getelefoneer heb ik dan eindelijk een echte volleybalploeg gevonden hier. Toen ik destijds voor het eerst de appartementen ging bekijken heeft de logistieke verantwoordelijke beloofd me in contact te brengen met de voorzitter van de Burundese volleybalbond. Een week later kwam deze naar mijn werk om enkele afspraken te maken. Hij had wel een ploeg voor mij, Amicale, zijn oude ploeg waar hij nog steeds goede contacten mee heeft. Jammer genoeg was het toen net het einde van een seizoen (dat telkens 5 maand duurt), dus duurde het nog een volle maand voor dat er verdere afspraken gemaakt konden worden.

2 weken geleden heb ik dan voor het eerst een training kunnen mee volgen. Maar ik heb toen nog niet meegedaan, want ik nam antibiotica voor darmproblemen en deze verhoogden de kans op scheuren in ligamenten e.d. Ik wist al wel meteen dat ik serieus mijn best moet gaan doen om te kunnen volgen bij de nieuwe ploeg, want het niveau is ontzettend hoog. Er zitten veel jongeren in de ploeg, maar die jongeren zijn vorig jaar 4e geworden op een officieus Afrikaanse kampioenschap voor -17-jarigen, waar grote en redelijke grote volleyballanden als Egypte (16e op de wereldranglijst), Tunesië (20e), Algerije (42e) en Rwanda (46e) bij waren. Ter vergelijking: Nederland is 28e en België 61e… En buiten deze jongeren hebben we dan nog oudere (en iets betere…) spelers rondlopen.

Dus ja, toen ik deze week voor het eerst ging meespelen was ik toch serieus op mijn hoede… Na 3 maand geen volleybal en met een team dat mijn niveau toch serieus overstijgt, heb ik zwaar afgezien. Toen we op het einde van de training niet genoeg tijd meer hadden voor nog een setje was het tijd voor fysieke training… Laat ik het zo stellen: ik kon daarna 3 dagen lang amper bewegen. Nu ja, ik zal zeker wel op niveau zijn als ik terug kom in België en als we de frequentie van 2 à 3 trainingen van 3 uur per week aanhouden, zal ik hopelijk zelfs gebeterd zijn.

Zondag (de 2e training nadat ik die van vrijdag moest missen door een vergadering) hebben we getraind van 10.30 u tot 14.00 u. De zon was volledig paraat en ik was vergeten zonnemelk te smeren ’s ochtends zodat Sarah (ze kwam eens kijken/mij uitlachen) zo vriendelijk moest zijn om terug naar huis te rijden om deze te gaan halen. Ik heb liters zweet gelaten, ik heb zelfs zweet zien verschijnen op plaatsen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden... En natuurlijk was ik enkele uren na de training zo rood als een kreeft. Dat is te zeggen enkel op het gezicht, de onderarmen en jawel het is mogelijk: de kuiten. Ik denk dat ik net vergeten was mijn kuiten goed in te smeren en de loodrechte zo scheen dus mooi op de dikke bovenkant van mijn kuiten.

Toen ik na een uur training plots die zonnemelk begon te smeren, begrepen de Burundezen er trouwens niks van. Ik heb eerst moeten uitleggen dat het tegen de zon is, waarna ze vroegen of ik dan niet wilde bruinen, waarop ik ze duidelijk moest maken dat bruinen geen probleem is, roden daarentegen… Nu ja, zo hebben ze weer eens goed kunnen lachen met de muzungu…

Voor al degenen die zich afvragen waarom ik in hemelsnaam bij zo’n goede ploeg ga meedoen en niet op zoek ga naar een ploeg meer van mijn niveau, wel daar zijn verschillende redenen voor. Ik ben overal gewild als speler, al is het maar als prestige om een blanke in de ploeg te hebben. (Prestige is te nuanceren, ze hopen ook dat ik wat geld in de lade kan brengen op de één of de andere manier) Dus ze gaan me niet wegjagen, waardoor ik dus kan blijven meetrainen met een sterke ploeg waardoor ik zelf sneller verbeter. Ook heeft het nogal lang geduurd eer ik deze ploeg heb gevonden en als ik dan nu opnieuw naar een andere ploeg moet gaan zoeken, zou dat nogal lang duren. Verder is er ook niet veel keuze, in Bujumbura heb je 8 ploegen en in het binnenland nog een 20-tal. De ploegen in Bujumbura zijn allemaal veel sterker dan de ploegen in het binnenland omdat daar minder faciliteiten zijn en als er daar een goede speler is, verhuist die meestal naar de hoofdstad (Sportstudenten krijgen allerhande voordelen op de unief). Dus in Bujumbura zou ik sowieso een ploeg van Belgisch 1e provinciale – landelijke niveau hebben. En tot slot heb ik de laatste training enkele strakke bloks op die mannen gezet en maak ik genoeg punten op mijn eigen manier (zonder met mijn schouder boven het net te springen en de bal in de 3-meter te knallen). Dus ik hoop binnen enkele weken toch redelijk mee te kunnen doen…

Sarah zegt: en de belangrijkste reden: Sarah heeft nu die 6-paks van de andere mannen gezien en Jelle mág gewoon niet meer van ploeg veranderen :-)