woensdag 15 april 2009

Vakantie, euh euh, ik bedoel werk!

Velen in België denken dat we hier een veredelde vakantie aan het nemen zijn in plaats van te werken en ik vrees dat ik dat beeld nu een beetje ga versterken… De voorbije week ben ik namelijk op missie geweest naar het binnenland (naar de provinciehoofdsteden) en het was een fantastische gelegenheid om het binnenland eens te verkennen. Maar wees gerust, voor de rest is het hier heel hard werken!

Tom (een andere vrijwilliger) en ik zijn samen op missie vertrokken voor het voorbereiden van vormingen die binnen 2 maanden volgen. De vormingen worden geregeld door het project APIP (appuis ponctuels aux institutions publiques, het project van Tom) en zijn bedoeld om het personeel van de BPS (bureau provincial de la santé) die werken met het SIS (système d’information sanitaire) op te leiden. En dus begeleid EPISTAT (statistiekenbureau van het ministerie van openbare gezondheidszorg, waar ik dus werk) heel dit gebeuren. De bedoeling was dat we ginder een kleine test deden van het personeel om te zien welke kennis ze al hebben van de pc en Word en Excel. Verder was het de bedoeling dat ik met de verantwoordelijke van de SIS de vorderingen van hun gegevens besprak en dat ik de ontbrekende gegevens van 2008 meenam. Tot slot gingen we de computers ontvirussen, wat het meeste van onze tijd in beslag nam…

De missie omvatte de provincies Rutana, Ruyigi, Karusi, Cankuzo (de 4 provincies waarbij de gezondheidszorg ondersteund wordt door SANTE+, een project van de Europese unie) en Gitega (dat een beetje centraal ligt, waar we enkele keren passeerden en Sarah bezochten). Op voorhand had ik aan de directeur van EPISTAT een begeleidende brief gevraagd geadresseerd aan de provinciale hoofden, maar dit vlotte niet echt. Eerst paste hij 2 keer mijn termes de références aan (die al waren goedgekeurd door BTC), nadien gingen de brieven zeker maandag klaarliggen vóór ons vertrek, waarop er maandag niemand op het bureau aanwezig was die de brief kon geven. Dinsdagavond ontving ik de brieven van Sarah in Gitega, maar geadresseerd aan de verantwoordelijke van BTC en eigenlijk niet bedoeld voor de verantwoordelijke van de gezondheidszorg in de provincies. Bon, ontwikkelingssamenwerking is dus géén vakantie…

Maar bon, dan maar zonder brieven maandagochtend vertrokken richting Rutana. Na 2 uur rijden vinden we er een verlaten BPS. Niet omdat de mensen niet goed werken, maar wel omdat 6 april een verlofdag is in Burundi. In Burundi is het de gewoonte dat de president het weekend ervoor via de radio bevestigt of er de volgende week nu effectief een dag verlof is of niet. Toen we alle papieren tekenden de week voor onze missie, was niemand echt zeker van dit alles en op EPISTAT zeiden ze dat ze gingen werken maandag, tot de president er dus anders over besliste. Dus vandaar geen brieven meegekregen op maandagochtend en vandaar een lege BPS. Gelukkig was de verantwoordelijke in de buurt en hebben we nog wat aan de computers kunnen foefelen en een afspraak gemaakt voor de volgende ochtend. De 3 uur daglicht die ons nog restte, gebruikten we om de toerist uit te hangen. We zijn de Karera watervallen gaan bekijken (40 min van Rutana) en we hebben een plan gemaakt voor eventuele bezoekers (mam etc.). De watervallen zijn prachtig trouwens, enkel zullen ze tegen eind mei al wat kleiner zijn, want normaal is mei een droge maand. Na de toeristische uitstap nog een pintje drinken op een terras, waar natuurlijk de halve stad eens langs kwam om naar de bazungu te kijken, en in het hotel nog een halve kip oppeuzelen. Na nog een gevecht met een vliegende termiet zat de eerste dag erop.

Dag 2 begon dus in de BPS van Rutana waar het personeel nu wel aanwezig was en we dus te testen konden doen. De mensen in de BPS hebben duidelijk nood aan een vorming in verband met het PC-gebruik. De helft van het personeel was trouwens in staking (degenen die betaald worden door het ministerie, die dit al 3 maanden niet had gedaan…), maar wel aanwezig en bereid onze test te doen... Tegen de middag, na een weg die bestond uit gaten met enkele decoratieve stukjes asfalt er rond, werkten we verder in Ruyigi. Daarna dezelfde weg terug om uiteindelijk aan te komen in Gitega, waar we een lekkere maaltijd kregen ten huize Sarah’s coach en een overnachting in Sarah’s huisje.

Dag 3 bracht ons van Gitega naar Karusi (zandweg, maar nieuw, goed en breed). De resultaten van de testen hier waren het minst goed van allemaal, ook de virussen waren het hardnekkigst. Tijdens ons middagmaal in Muyinga (ook een provinciehoofdstad, maar deze moesten we nog niet onderzoeken) hebben we de beste brochette de chèvre met bananes frites gegeten. Ja, na een week op geitenvlees en gefrituurde kookbananen te hebben geleefd ben ik een expert geworden. Van Muyinga nog de laatste recht lijn (nu ja, recht…) naar Cankuzo waar we tegen het einde van de dag wilden aankomen.

Deze laatste “rechte” lijn was de RN (route nationale) 19, de laatste (ze hebben 19 N-wegen). Deze verbindt maar 2 steden (Muyinga en Cankuzo) en loopt recht door het nationale park van de Ruvubu. Aangezien het toerisme maar net terug op gang begint te komen en er niet veel ander verkeer tussen 2 afgelegen steden als Muyinga en Cankuzo rijdt, is de RN 19 een vrij verlaten N-weg. Iets wat wel positief is aangezien de RN19 een zandweg is die meestal amper breed genoeg is voor één auto, laat staan dat je dan nog eens een vrachtwagen zou moeten kruisen. De omgeving was echter prachtig en door de slechte staat van de baan hebben we er dan ook extra lang van kunnen genieten… Het nationale park van de Ruvubu, een zeer grote rivier die later mee de Nijl zal vormen is fantastisch om te zien, evenals de rivier zelf. Aan de ingang van het park zit iemand met een fiets en een register, die je vraagt of het toerisme of passage betreft. Als je het park uitrijdt, noteert een andere persoon je gegevens. Zo zouden ze kunnen controleren of je echt enkel door het park bent gereden, wat gratis is, of dat je de toerist hebt uitgehangen (2 €). Nu ja, ik denk niet echt dat iemand die registers ooit vergelijkt, maar als toerist 2€ betalen voor een nationaal park is nu niet echt veel… Na het park nog een uurtje hotsen en botsen voor we in Cankuzo aankwamen waar we incheckten in het hotel (overnachten in Cankuzo is trouwens goedkoop met deftige kamers van 3€). Nog een brochette de chèvre met bananes frites achter die kiezen steken alvorens onze dag te beeindigen.

Donderdagochtend was dan de BPS van Cankuzo aan de beurt waar de resultaten onverhoopt goed waren, want het is de meest afgelegen provincie van het land. Goedgemutst bolden we tegen de middag naar Gitega voor een rustige namiddag computertokkelen in de BPS en een dutje ten huize Sarah.

De laatste dag hebben we in Gitega de laatste testen uitgevoerd (de vorige dag waren de meeste mensen naar de mis voor Witte donderdag) en de overige BPS-computers in orde gemaakt en dat waren er nog heel veel (Gitega is ook de 2e grootste stad). Iets na de middag zijn we terug naar Bujumbura afgezakt, maar niet zonder de verplichte stop in Bugarama. Bugarama is een klein dorpje waar de 2 grootste verbindingswegen van het land samenkomen voor de afdaling naar Bujumbura (van 2000 naar 800 m). Dit zorgt dan ook voor een massale aanwezigheid van groetenverkopers die haast door je raam naar binnen kruipen om hun waar verkocht te krijgen. Met 20 kg extra gewicht aan groenten (voor minder dan de helft van de prijs in Bujumbura), zijn we uiteindelijk aangekomen in Bujumbura…

1 opmerking:

johan_en_greet zei

20 kilo extra groenten, ik veronderstel zonder de 50 kg bananen die ze in uwe oto hebben gestoken? :)

Ik ben blij te lezen dat jullie daar goede werken verrichten, aan dit tempo is midden afrika binnenkort volledig virusvrij!