dinsdag 17 februari 2009

Vorige week (4 – 10 februari)… Nyugwe nationaal park aka Apenland…

Opgelet: zeer lange post, succes !

Donderdag een lokale feestdag en vrijdag een dag verlof genomen, dus hebben we 4 dagen tijd om eens de toerist uit te hangen. Want eigenlijk doen we dat toch niet zoveel als de blog laat uitschijnen…

Nyugwe nationaal park ligt in Rwanda, in het zuidwesten van het land, dus vlak tegen de grens met DRC (Congo voor de onwetenden) en Burundi. In Burundi heb je zelfs een stuk van het park dat er doorloopt, waar het Kibira nationaal park noemt. Jammer genoeg heeft het Burundese deel nogal wat last gehad van apenetende rebellen en de aanwezigheid van rebellen in het algemeen, waardoor dit deel van het park nog niet zo de moeite waard is als het Rwandese stuk. Het park heeft uiteraard een prachtig uitzicht, met enkele fantastische wandelroutes, maar de meeste toeristen (veel onnozele Amerikanen, lees vooral verder) komen toch voor de apen die er aanwezig zijn (Zoals daar zijn: chimpansees, bergapen, franjeapen,…).

Donderdagochtend om 8 uur vertrek bij Els en Luc (vroeger vertrekken heeft geen zin, want de invalswegen van de hoofdstad zijn nog steeds afgesloten tussen 17.30 en 8.00 u). De aanwezigen zijn buiten Sarah en ik en de ouders van Sarah, ook nog de Belgische consul (Jean-Pascal) met partner en Patrick (een AT van btc die op het technisch onderwijs werkt) met partner. Na een drietal uren komen we aan de Burundees-Rwandese grens en iets na 12 uur zijn we in Butare (sinds kort eigenlijk Huye genoemd). Een stad in Rwanda iets voorbij de grens waar een haast verplichte stop gehouden wordt in het ibishotel voor een maaltijd. Buiten het eten, genieten (vooral de dames) van een winkelmoment in een lokaal artisanaal winkeltje. De buit zal vooral op de terugweg aangeschaft worden.

Ongeveer 2 uur na vertrek uit Butare (Huye dus, maar iedereen die ik hier ken spreekt nog altijd van Butare en ook bijna alle wegwijzers duiden Butare aan) komen we aan de ingang van het nationale park. Even informatie inwinnen in het informatiecentrum (daarvoor dienen die dingen uiteraard) en een nieuwe pet kopen voor Luc, omdat de oude thuis vergeten is geweest. Daarna nog een uurtje op weg naar het centrum van het park waar het eigenlijke secretariaat, de grote camping en het vertrekpunt van de meeste wandelingen is. Even informatie inwinnen over wat we de komende dagen allemaal kunnen doen en al een reservatie doen voor de chimpansee-tracking (hier zijn maximaal 8 personen per dag toegelaten, dus reserveren is de boodschap…). Waarna we nog een uurtje moeten rijden om aan het andere uiteinde van het park te komen alwaar we onze guesthouse vinden.

Uiteraard passeren die 2 uren door een nationaal park niet zonder noemenswaardige momenten. Zo hebben de fotografen van dienst (4 van de 8 personen beschouwen zichzelf tot deze categorie) al enkele prachtige landschappen en onze eerste apen op de (elektronische) gevoelige plaat vastgelegd. Het park is inderdaad adembenemend mooi. De bergen zijn met momenten enorm stijl en de bossen zijn echt enorm dichtbegroeid (oerwoud weet je wel…) waardoor je je echt klein voelt als je met je autootje tussen de gigantische groene muren rijdt. Doe daarbij nog enkele mooie watervallen en een prachtige valei met daarin een moeras en de eerste geheugenkaartjes staan al bijna vol.

In de guesthouse was er nog maar plaats voor 6 personen, dus hebben Sarah en ik voor de zekerheid een tent en slaapzakken meegenomen. “Gelukkig” blijkt er even verder nog een soort guesthouse te zijn, maar deze is moeilijk te contacteren. Als we er aankomen en de eigenaar is gebeld duurt het nog meer dan een uur eer deze komt opdagen. Ondertussen houdt een Rwandees van zekere omvang met enkel een handdoek om zich te bedekken ons gezelschap op een soort terras. Gelukkig dat deze man er was, want als de eigenaar arriveert, blijkt dat hij geen Frans of Engels kan, onze halfnaakte goedzak speelt dan maar voor tolk. De kamers zijn niet moeders mooiste en verre van proper, maar tijdens het regenseizoen de nacht in een tent doorbrengen is ook geen aangename oplossing. Dus na het avondmaal en een spelletje in de andere guesthouse bewegen we exact 2 meter in onze kamer, waar we de slaapzakken op de twijfelachtige bedden leggen en zo de nacht doorbrengen. s’ Ochtends in alle vroegte weer uit de slaapzakken, de 2 rechtstreekse meters naar de deur overbruggen en dan de auto weer in naar de andere guesthouse voor het ontbijt en de douche. De eerste nacht overleeft…

Gelukkig hebben we ondertussen vernomen dat er een kamer vrij is in de goede guesthouse en dus hoeven we ons om onze slaapplaats al geen echte zorgen meer te maken. Dan maar op weg naar het centrum van het park alwaar we gaan beginnen aan de Franjeapen-tracking. Na een geleidelijk begin (langs wegen en daarna begaanbare paden) moeten we na een tijd het bos in om de apen te vinden. Met een gids en 2 trackers voorop die met machetes een “weg” banen door het oerwoud, gaan we gestaag verder. Zoals al eerder vermeldt, zijn de bergen hier enorm stijl, neem daar dan nog eens de toegankelijkheid van een oerwoud bij en je kan je al wel voorstellen aan welk fantastisch tempo we vooruit geraken. De filmpjes (ik had de flip mee) zijn bij momenten hilarisch, normaal gezien heb ik bijna internet op het appartement waardoor we ze op de blog kunnen smijten. Voor mij kwam er dan nog bovenop dat iemand van 1m90 met een rugzak iets minder gemakkelijk door een gaatje in een oerwoud wringt dan iemand van 1m60…

Uiteindelijk geraken we wel bij de groep Franjeapen, die met (een zeer uitzonderlijke) 450 in de bomen zitten. Na een klein half uurtje foto’s trekken en filmpjes maken gaan we terug op weg naar het centrum. Vandaar met de auto naar de guesthouse voor een middagmaaltijd alwaar we besluiten onze krachten te sparen voor morgen (om 6 uur vertrekken op het centrum voor de chimpansee-tracking) en geen wandeling meer te doen, maar gewoon met de auto naar Cyangugu gereden, de zusterstad van Bukavu (in RDC, waar Sarah en ik initieel naar toe gingen) die aan het Kivumeer ligt. Het meer zelf is prachtig en het was ook wel leuk om Bukavu eens te zien (uiteraard gaan we niet even een visum voor RDC betalen om gewoon even naar Bukavu te gaan voor enkele uurtjes), maar jammer genoeg was er geen drinkgelegenheid open tijdens de werkuren. Dus na een kort toertje door Cyangugu keerden we weer naar de guesthouse.

Om 6 uur in het centrum klaar staan wil zeggen tegen iets na 4 uit ons bed moeten, maar voor de chimpansees hebben we dat wel over. De dag ervoor hadden ze een wandeling van een half uur tot de chimpansees voorspeld, deze ochtend is het al opgelopen tot meer dan een uur, maar niets is zeker, de dieren hangen immers niet aan een ketting vast… Na weer een rustig beging op begaanbare paadjes, duiken we na iets minder dan een uur weer het bos in. Deze keer zijn we niet onderaan een berg, maar op een kam (bovenaan voor degenen die niets meer van aardrijkskunde kennen) en het bos is er minder dichtbegroeid.

Even verder kwamen we dan bij het nest van de voorbije nacht, de chimpansees waren net een half uurtje vertrokken. De trackers volgden de chimpansees en stonden in contact met onze gids. Dus met zen allen de berg af, de chimpansees achterna… Het initiële bos was dan niet zo dichtbegroeid, echt vlot kon je er nu ook weer niet door bewegen. Neem daarbij een stijging/dalingspercentage van om en bij de 50% (echt waar !), een enorm glibberige ondergrond en dan een groep van 9 personen die er moeten passeren en je kan je al voorstellen dat de val- en glijpartijen elkaar in hoog tempo opvolgden. Na het initiële loofbos kwamen we door een naaldbos (minder dichtbegroeid, maar naalden zijn ook enorm glad) om daarna in een enorm dichtbegroeid loofwoud terecht te komen. Daar kwamen we zeer dicht bij de chimpansees en konden we ze voor het eerst ook horen. De (oer)kreten van onze naaste familie in een oerwoud horen geeft echt wel een speciaal gevoel. Onze moed om verder te gaan was er weer… Ondertussen hadden we er al meer dan 2 uur opzitten, met een gemiddelde van 2 glijpartijen per persoon en waren we al 800 m lager geraakt.

Een uur later kwamen we bij de bodem van het dal waar Jean-Pascal dit wilde vieren door de laatste 3 meter al vallend af te leggen en te eindigen in het bergbeekje. Met een (gelukkig maar) beschadigde scheen tot gevolg, na kort oplapwerk kan hij weer verder. De valei was trouwens onwerkelijk, boomvarens met een enorme omvang en al de andere planten brachten ons recht in een scène van Jurassic park (gelukkig zonder de mensetende dino’s). Aangezien dat chimpansees net iets sneller bewegen door een oerwoud dan mensen en aangezien er in de buurt geen bomen waren die de vruchten dragen die ze zoeken, was de kans om ze nog te zien die dag zeer klein aan het worden. Op zich was de wandeling zeker ook de moeite waard, maar we zaten nu wel ongeveer 1000 m lager dan het centrum zonder begaanbare paadjes in de buurt…

Uiteindelijk zijn we toch nog boven geraakt en hebben we de chimpansees nog enkele keren gehoord, maar niet gezien. De wandeling (meer bergbeklimming) duurde 6,5 uren, maar ze was wel de moeite waard. Iedereen zat op het einde wel door zijn krachten heen (op Patrick, Sarah en mij na, die de getrainde gids het nakijken gaven), maar was uiteindelijk wel zeer enthousiast over onze tocht. We hebben prachtige omgevingen gezien, echt verbonden geweest met de natuur en een ongelooflijke fysieke inspanning kunnen leveren. Het enige minpunt is, uiteraard, dat we uiteindelijk de chimpanseegroep niet hebben kunnen inhalen, maar dat geeft ons dan nog maar eens een reden om naar Gombwe nationaal park te gaan in de toekomst. Dit ‘park van Jane Goodall’ ligt in Tanzania, net ten zuiden van de Burundese grens, dus ook perfect voor een verlengd weekend of als er eens bezoek is…

In de namiddag konden we ons niet veel meer verplaatsen, dus hebben we maar een uitgebreide siësta gehouden. De volgende dag nog wat uitslapen en dan terug de auto in richting Burundi. In Butare zijn we dan nog naar het nationaal museum van Rwanda geweest (jammer genoeg wel met een beetje plaatselijke “vergetelheid” ivm de genocide, waarover ik toch wat meer informatie had willen vinden), dat gemaakt is in samenwerking met het museum van Tervuren. Daarna weer naar het ibishotel voor een maaltijd en een beetje koopwoede in het artisanale winkeltje. Onder de buitgemaakte spullen: maskers (om aan de muur te hangen, niet om op te zetten), fotokaders allerhande, kleine mandjes,…

Daarna moesten we ons een beetje haasten om tegen 17.30 u in Bugarama te zijn om te beginnen aan de afdaling richting Bujumbura, want in Bugarama sluiten ze dus de weg af na 17.30 u. Na wat gevloek op trage camions (steile bergen en stokoude trekkers geven nu eenmaal dat effect) en een stortbui, geraken we er toch nipt op tijd en kunnen we in ons eigen bedje slapen na nog een lekker chinees maal.

Voila, dit was de langste post ooit, proficiat als je er in één keer bent doorgeraakt ! Aan al degenen die het in meerdere keren hebben gelezen: ook proficiat (ah de goeie ouwe tijd met samson :-))

1 opmerking:

johan_en_greet zei

Ik heb vanmorgen ook enkele apen gezien... op weg naart werk :)